Gratis nieuwsbrief

E-mailadres:
 
Twitter
Naober Team


Nazomer 2008

1. Nieje naobers

Voetstappen in het grint….

Fleur (38), haar man Enno (41) en hun vier kinderen (Koen 12, Roos 10, Tim 7 en Juul 4)  verhuisden onlangs van Amsterdam naar een klein dorp op het platteland in het oosten van het land. Terwijl de rest van het gezin álles aan het huis geweldig vindt, kan moeder Fleur maar met moeite wennen aan de stilte.

Het huis is een plaatje, de locatie uniek. Maar wat moest zij – het stadsmeisje uit Amsterdam - in hemelsnaam op het platteland? Natuurlijk had ze zich maandenlang verzet tegen de verhuizing, maar Enno wist haar elke keer weer om te praten. ‘Het is beter voor de kinderen,’ zei hij telkens. ‘Ze hebben hier veel meer speelruimte dan tussen de auto’s en het beton in de stad. Kinderen kunnen hier nog gewoon kind zijn.’ En ook zij zou het makkelijker krijgen. Ze hoefde niet constant de kinderen naar een of andere drukke speeltuin te zeulen. Hier zet je gewoon de achterdeur open en laat je je kinderen ‘vrij’ in de enorme tuin. Hij zou zorgen voor speeltoestellen voor de meisjes. En voor zijn jongens had hij al een paar mooie voetbaldoelen gezien. De kinderen waren uitgelaten, ze vonden hun nieuwe woonomgeving spannend. ‘Kicken’, noemde Tim van zeven het. Hoe hij nu weer aan dat woord kwam? Morgen zouden ze hun nieuwe vriendjes op school ontmoeten.

Alles lijkt stil te staan
De verhuizing zit er op. Dat is snel gegaan. Binnen twee dagen was de boel over. Fleur is vandaag voor het eerst alleen. Boven zit Koen, de oudste, op zijn nieuwe kamer te nintendoën, de drie anderen slapen al. Ze zucht eens diep en kijkt door het keukenraam naar het prachtige coulisselandschap voor haar deur. De zon verdwijnt langzaam achter het maïsveld, de avond valt. Er staat een zwak nazomerbriesje dat de blaadjes aan de boom in haar tuin doet sidderen. Het is de enige beweging die ze waarneemt, voor de rest lijkt alles stil te staan, precies als op de foto in de folder van de makelaar. Enno was met de folder thuisgekomen. Ze dacht dat hij een huisje had uitgezocht voor een lekker weekendje uit. Lekker ontspannen ergens in de Achterhoek, ze zag het helemaal voor zich. Hij kwam met iets heel anders aanzetten. Geen haar op haar hoofd die aan de mogelijkheid had gedacht dat dit riante witte onderkomen aan de bosrand ooit háár thuis zou kunnen worden.

De eeuwige pessimist
Haar moeder – de eeuwige pessimist – had haar meerdere malen gewaarschuwd niet te verkassen. Ze had voor de ondertekening van het koopcontract nog een laatste poging gedaan haar dochter bij zich in de stad te houden. ‘Sla met je vuist op tafel, Fleur. Het is ook jouw toekomst. Zodra je dáár woont, is het te laat. Dan staat je leven voorgoed stil. Ben je een leuke moeder en een goede echtgenote, maar de lol in je leven is weg. Let maar op. Het enige dat dáár verandert, zijn de seizoenen. Prachtig hoor, maar niets voor zo’n jonge, ondernemende meid als jij.’
Haar moeder was op dreef geweest en Fleur wist dat ze zo meteen de grens van fatsoen zou overschrijden. ‘Enno heeft het maar mooi bekeken. Híj kan gewoon doorgaan met leven. Door de week zit hij lekker tot laat in de avond op zijn advocatenkantoor in Amsterdam, in het weekend trekt hij zich als een echte yup terug in de bossen. En jij zit alleen maar op hem te wachten. Meisje wéét wat je doet. Je zult terugverlangen naar de bruisende stad. Maar je zult die stad alleen nog maar ruiken in de kleren van je man. Weet je zéker dat hij werkt ‘s avonds en geen andere dingen uitspookt?’ Ze had de preek in stilte aangehoord. Diep in haar hart, had ze iets van een gevoel dat haar moeder misschien wel gelijk had. Hoewel, Enno vertrouwt ze voor de volle honderd procent. Misselijk om ontrouw te insinueren, maar ze houdt zich in. Daar wilde ze op dat moment helemaal geen woorden over.

Nu ze de eerste avond alleen is in de witte villa aan de bosrand, spookt het gesprek met haar moeder wel door haar hoofd. Ze wíl helemaal niet hier zijn. Ze kent hier geen kip. Ze verlangt naar haar vriendinnen. Die zitten nu vast de laatste roddels uit te wisselen op een Amsterdams terras, terwijl hun au pairs zich thuis over de kinderen ontfermen. Waarom was ze niet wat meer opgekomen voor zichzelf? Op dat moment doorbreekt haar mobiele telefoon de stilte.

Geroezemoes uit het café

‘Met Fleur.’

‘Hoi Lieverd, met mij. Hoe gaat het daar?’

Het is Enno. Op de achtergrond hoort ze geroezemoes, alsof hij vanuit een restaurant belt. In haar onderbuik voelt ze een steek van jaloezie.

‘’t Gaat wel, ’t is stil hier. Hoe laat ben je thuis?’

‘Geen idee. Ik heb nog een bespreking met een cliënt in Amersfoort, dus ik denk dat het laat wordt. Je hoeft voor mij niet op te blijven.’

‘Alsof ik kan slapen zonder jou in dit vreemde huis. Het is prachtig hoor, maar ik vind het toch wel erg achteraf, Enno.’

‘Liefie, daar hebben we het toch al over gehad? Er gebeurt je daar niks. Ons huis is vanaf de weg niet eens te zien. Ontspan toch. Kijk een filmpje en ga dan naar bed. Heb je het alarm ingeschakeld?’

Ja, denkt ze. En hij heeft aan het begin van de avond ook al geloeid omdat haar dochter Juul van vier vergeten was haar konijn een nachtkustje te geven. Zonder dat ze het in de gaten had, was ze de achterdeur uitgeslopen. Het ingenieuze systeem werkte meteen. Wat een herrie. Om te voorkomen dat de politie voor niks op de stoep zou staan, had ze zenuwachtig op alle mogelijke knoppen gedrukt om het ding weer uit te krijgen. Uiteindelijk had het alarm gezwegen. Er stond nu ‘buiten functie’ op het scherm en ze had geen idee hoe ze hem weer aan de praat moest krijgen. Enno zou hem opnieuw moeten installeren. Vorige keer was dat ook al een crime. Fleur zag het al voor zich. Hij zou zeker twee uur chagrijnig en mopperend door het huis lopen. Wijselijk besluit ze haar mond te houden, wenst haar man welterusten en drukt de rode knop van haar mobieltje in.

Wat was dat?
Buiten is de schemer ingevallen. Wat wordt het hier vroeg donker? Fleur gaat naar de kamer en nestelt zich met een boek in het diepste hoek van de bank. Ze heeft zin in nootjes, maar er is niks in huis. Morgen als ze de kinderen bij school heeft afgezet zou ze eerst eens de plaatselijke supermarkt maar eens gaan afstruinen. Ze wil net haar boek openslaan, als ze buiten iets meent te horen. Wat was dat? Het leek wel een gil. Was het een dier? Nee, zo’n apart geluid kan alleen een mens produceren. Misschien moet ze gaan kijken. Nee, dat durft ze niet. Waar is haar mobiel? Shit, in de keuken. Ze hoort nu ook duidelijk voetstappen op het grind. Geruisloos laat ze zich van de bank glijden. Waarom doet dat verdraaide alarm het nu niet. Opnieuw gegil, maar nu is het haar eigen gegil. Ze schrikt van een vreemd, luid geluid dat ze niet meteen kan thuisbrengen. Van boven roept een slaperige stem: ‘Mam, de deurbel gaat, doe je niet open?’ Oh ja, het is de deurbel. Met knikkende knieën loopt ze richting voordeur. Wie kan dat nu zijn?
(wordt vervolgd)

Het feuilleton. Terug van weggeweest. Naober herstelt het vervolgverhaal in ere.    Volg de belevenissen van een Amsterdams gezin, dat zich in de Achterhoek nestelt. Het is wennen. In elk nummer een nieuwe passage met een terugblik naar het voorafgaande. Schrijfster Margriet van Buren weet de ‘gevoeligheden’ precies in woorden te vangen. Elly Overberg maakt de fraaie, passende illustraties. 


Tekst: Margriet van Buren Illustratie: Elly Overberg