Gratis nieuwsbrief

E-mailadres:
 
Twitter
Naober Team


Herfst 2008

2. Nieje naobers

Wat vooraf ging….

Fleur (38), haar man Enno (41) en hun vier kinderen (Koen 12, Roos 10, Tim 7 en Juul 4) zijn onlangs van Amsterdam naar een klein dorp op het platteland verhuisd. Fleur moet erg wennen aan haar nieuwe woonomgeving. Zéker als er laat op de avond nog wordt aangebeld bij het huis aan de bosrand…

Met knikkende knieën loopt Fleur richting de voordeur. Wie kan dat nu zijn? Behalve de makelaar kent ze hier niemand. De deur heeft geen spionnetje, dus ze kan niet even checken of het wel ‘goed volk’ is, dat haar op dit late uur bezoekt. ‘We hebben toch een heel geavanceerd alarmsysteem met camera’s’, hoort ze Enno ergens in haar hoofd ratelen. Maar als dat systeem het, om wat voor reden dan ook, niet doet, is er geen plan B. Mannen! Fleur baalt en ze is bang. Ze verlangt naar Enno die gebeld heeft dat het laat wordt. Waarom koos hij voor zijn gezin nou uitgerekend dit enge boshuis uit om in te wonen? Met een voordeur zónder spionnetje? Elke studentenkamer in Amsterdam heeft tegenwoordig zo’n spiekgaatje, terwijl er bij die jongelui doorgaans niets te halen valt. Ze zucht nog eens diep en draait dan voorzichtig aan de zware vergrendeling. De deur piept, steunt en kraakt als een oude dame, als ze hem zachtjes openduwt. Ze is op het ergste voorbereid…

Haar ogen moeten even wennen aan het donker, maar dan ziet ze haar staan. Een vrouw met een vreemd doekje om het hoofd gebonden, die met grote snelheid een voor haar onbegrijpelijke taal uitslaat. ‘Moi. Ik bun Ellie, oew buurvrouw. Sorry veur ’t gegil. Ik bun mien net kapot eschrokken, too-k bi-j oe aover ’t arf lepe. Ik gleuve da-k ’n knien op de start etrad hebbe. Ha-j ’t hok wal goed dichte?’ ; ‘Wat zegt u?’, vraagt Fleur. De buurvrouw schakelt over op Hooghaarlemmerdijks. Fleur moet een beetje lachen om de vrouw die alle moeite doet om zich op een nette manier uit te drukken. ‘Ik ben Fleur’, zegt ze en ze steekt haar hand uit. ‘Bent u echt over een konijn gestruikeld? Dan heeft mijn jongste dochter het hok vast niet goed dichtgedaan toen ze Stampertje nog even een nachtzoentje gaf.’ Dat geeft morgenochtend weer de nodige heisa, denkt Fleur, als Stamper niet in zijn hok zit. De buurvrouw schudt enthousiast haar hand. ‘Hartstikke leuk dat jullie hier zijn komen wonen. Eindelijk wat jonge mensen in de buurt. Het stikt hier van de grijze pruiken.’ Fleur lacht om de eerlijkheid van haar buurvrouw. Het heeft iets ontwapenends. Hoe oud zou ze eigenlijk zijn? Lastig te schatten. Haar spijkerbroek en trui komen duidelijk niet uit de sjieke boetiekjes waar Fleur haar kleding koopt. En die schoenen zijn zo oud als de weg naar Kralingen. Het liefst zou ze de deur weer dichttrekken, maar Fleur vindt dat ze dat niet kan maken. Dus nodigt ze Ellie uit voor een glaasje. Die hoeft niet lang over het aanbod na te denken. Ze glipt naar binnen en kijkt nieuwsgierig in het rond.      

De volgende ochtend
Fleur wordt wakker met hoofdpijn. Half zeven piept de wekker. Ze heeft nauwelijks geslapen. Net toen ze de buurvrouw op een vriendelijke manier de deur uit wilde werken, kwam Enno opdagen. Hij was in een uitstekend humeur geweest. Had een of andere mooie deal gesloten en besloten dat dát gevierd moest worden. Sámen met de mooie, nieuwe naober. ‘Op het platteland delen jullie toch álles met elkaar? Hier is het toch: in vóór- en in tegenspoed’, had Enno er een tikkeltje sarcastisch aan toegevoegd. Ellie had het bijtende toontje niet opgemerkt en heftig geknikt. Om vervolgens breedvoerig uit te leggen wat de  naoberschap volgens haar precies in hield. Fleur had zich afzijdig gehouden. Ze had helemaal geen zin in al die verplichtingen en tradities. Ze wilde op dezelfde voet voortleven als in Amsterdam. Anoniem. Zij wilde van niemand last en anderen zouden geen last van haar hebben. Als ze die nieuwe buurvrouw moest geloven, zou ze die levensstijl hier wel kunnen vergeten.

De plek naast haar is leeg. Enno was vanochtend al vroeg opgestaan en vertrokken om op tijd in Amsterdam te zijn voor een vergadering. Hij wilde niet het risico lopen in een file terecht te komen. Zou ze zich nog een keer omdraaien? Dan hoort ze gestommel in een van de andere kamers. ‘Mam, heb je mijn nieuwe Gapstar-broek gezien?’ ‘Mam, zit die paarse legging nog steeds in de was?’ Binnensmonds vloekend slaat Fleur haar dekbed opzij en loopt naar de badkamer. ‘Ik kom er zo aan’, roept ze naar de kinderen. Ze weet dat ze nu even alle zeilen moet bijzetten om de boel op tijd op school te krijgen. Na een uur commanderen, smeren en geduld beproeven zit het hele spul aan de grote keukentafel een boterham te eten. Koen en Roos met hun gewenste kledingstukken en Juul met haar konijn. Zodra de kleine meid in de gaten kreeg dat Stamper was ontsnapt, was ze hysterisch geworden. Met z’n allen hadden ze gezocht en goddank vond Tim het beest onder een struik.

Fleur kijkt trots naar haar kinderen. Ze heeft altijd een groot gezin gewild. Zelf was ze enig kind, wat ze vreselijk vond. ‘En, zin in school jongens?’, vraagt ze. Brugklasser Koen die minstens een half uur moet fietsen naar zijn nieuwe school in de stad knikt en kijkt naar de klok. ‘Ik ga mam, anders kom ik te laat.’ Nog voordat ze haar oudste een kus kan geven, is hij vertrokken. ‘Wij gaan met de auto’, zegt Fleur tegen de rest. ‘Ik moet nog allerlei boodschappen doen.’ Als ze even later richting de dorpsschool rijden, weet Fleur dat ze beter ook de fiets had kunnen pakken. Geen auto te bekennen in de nauwe straatjes. Parkeerplaatsen evenmin. Dan maar op de stoep parkeren. Handig en voorzichtig manoeuvreert Fleur de opzichtige Landrover op het trottoir. Ze schakelt de motor uit en ziet dat wat fietsende en wandelende moeders haar nieuwsgierig aanstaren. Een enkeling schudt het hoofd. Verbeeldt ze het zich nou of ziet ze écht een paar moeders naar hun voorhoofd wijzen? Heeft ze een parkeerverbod over het hoofd gezien? Wielklemmen kennen ze vast niet in dit gehucht en een bon van de plaatselijke koddebeier neemt ze op de koop toe. Vlug stapt ze uit. De kinderen volgen haar voorbeeld. Behalve Juul. Zij blijft zitten waar ze zit. ‘Kom schat, opschieten, zo kom je nog te laat.’ Maar Juul verroert geen vin. Als haar moeder haar wil oppakken, schreeuwt ze keihard door de stille straat: ‘Ik wil niet naar die stomme boerenpummelschool!’
(Wordt vervolgd)


Tekst: Margriet van Buren Illustratie: Elly Overberg